Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Haar oogen glinsteren vuur en krampachtig sluit zij

de vuist om den hoepel.

Dan met wanhopig geweld, dwingend haar stem tot vriendelijke vastheid, vraagt zij weer „ hoe beetje dan! „Theo," antwoordt de knaap, steeds haar aankijkend

met groote oogen.

Theo, Theo, wat 'n rare naam, dien heeft ze nog

nooit gehoord.

„ Wil je den hoepel niet terughebben ?" vraagt ze weer.

„Jawel."

„Daar dan, maar geef me dan ook een handje. De kleine steekt langzaam, aarzelend haar zijn vingeren toe.

Zij hurkt zich neder voor hem; zij grijpt het tengere haar toegestoken handje en drukt er haar lippen op.

Een heete gloed over haar geheele lichaam, een wilde opbruising in haar geheele zijn bij die eerste aanraking; 't bloed stroomt onstuimig door haar aderen; 't hart klopt met zware mokerslagen en ze kust die kleine vingeren telkens en telkens, driftig, hait^toi htelijk met brandende lippen.

„Wie ben je?" vraagt 't jongske plotseling schuchter. bedeesd.

Snel heft ze zich op; stijf, bewegingloos blijft ze

staan voor hem.

„Wie zij is," heeft hij gevraagd en in haar een toomelooze haar dwingende, impulsie, een schier niet te onderdrukken begeerte om hem in hare armen te nemen. hem te drukken met krachtig geweld tegen baaiborst en te gillen: ik ben je moeder, je moeder, 11111 kind; ik alleen, hoor, en niemand anders.

Sluiten