Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pend tuurt zij om zich heen, naar alle zijden, hij is ei niet, «le kleine jongen, dien haar oog zoekt.

.Theo, Theo is er nog in," gilt op eens een vrouwelijke stem in haar onmiddellijke nabijheid: „reilt. ïedt mijn kind, «luizend daalders voor hem, die mijn kind redt."

Zij hreugt den elleboog voor het gezicht als een schild tegen «le vlammen en dan het bovenlichaam diep voorover gebogen, «le tanden tegen elkander geklemd. de oogen vast dicht genepen, stort zij zich met razende wanhoop in de vuurzee.

Enkele mannen volgen haar tot bij tien ingang \au het brandend gebouw; verder wagen zij zich niet; hun leven is hun meer waard nog dan 't uitgeloofde goud ;

zij alleen dringt verder.

De rook doet haar bijkans stikken, maar ze wijkt niet; tastend duwt zij zich voort tot haar hand de leuning van de trap grijpt; nu trekt zij zich omhoog, drie, vier treden te gelijk; zij weet den weg, zij weet waar zijn bedje staat; zij heeft dat zoo dikwijls gezien, als zij hem des morgens zocht in zijn kamer. Met haar hand glijdend langs den heet gloeienden muur, voelt zij eindelijk de deur, waar achter haar kiu«l ligt.

Zou hij al dood zijn — o God, o God!

Zij kan «len knop niet vinden; een geweldige, krachtige schouderbons tegen het hout en de deur wijkt.

Hen zware, dik c< mipacte rook massa, die met ïeuze 11kracht rolt tegen haar lijf; zij «leinst terug één enkele schrede, maar «lan weer vooruit in de kamer tot bij het ledikant.

Hen ruwe streek over het bed en ze grijpt het lichaam

Sluiten