Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat monster lacht met breede plooi om den Halonzen mond: een gelukkig zijn. een intens zich zalig voelen is in haar, want straks zal haar jongen bij haar komen, voor het eerst na zoo lange scheiding en dan zal ze hem zeiven mogen vertellen, dat hij met „een moeder heeft, maar „twee," dat „zij" ook zijne moeder is en dat ze nu allemaal bij elkaar zullen blijven hun

leven lang.

Wat zal haar Willem dan wel zeggen ! at zal lnj voelen.

Een naderende kinderstem buiten in den corridor; zij springt op, de armen wijd uitgestrekt, gereed 0111

liem te omhelzen.

De deur wordt geopend en Mevrouw van Eerenstem

treedt binnen, den lachenden knaap aan haar hand. Hij slaat den blik naar haar op, maar op hetzelfde oogenblik stoot hij uit een ruwen kreet, snel zijn hoofdje verbergend in den rok zijner pleegmoeder.

Deze hurkt zich bij hem neer, terwijl zij liem vriendelijk bemoedigend toevoegt: „Theo, dat is nu die lieve, brave vrouw, die je uit het vuur heeft gehaald; ga haar nu eens bedanken, ga haar eens een handje

geven." , .

„Ik durf niet, ik durfniet, ik ben bang." gilt de kleine,

steeds "t hoofd houdend in de plooien van haar japon.

Theo" vervolgt zij zacht vermanend, „dat is niet mooi van je; zonder die lieve vrouw zou je dood geweest zijn; zij heeft je gered; kom, ga nu gauw naar

haar toe en geef haar een handje.'

„Ik durf niet, ik ben bang," krijscht hij weer in Wevend angstschreeuwen.

Sluiten