Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij wil hem in haar armen nemen, hem dragen naar haar toe, maar hij verzet zich, steeds schreeuwend: „ik wil niet, ik wil niet. ik hen hang.

Op eens een sprong naar de nog geopende deur en de kleine vlucht weg, hollend het huis uit, naar buiten.

Weer zijn ze alleen de beide moeders, weer staan ze tegenover elkaar ; «Ie eene verlegen, beschaamd, de andere terneergeslagen, wanhopig.

„Arme, arme vrouw, 't is mijn schuld niet; ik kan er niets aan doen, verontschuldigt zich de echtgenoote van den drossaard.

De andere antwoordt niet; ze kijkt haar slechts aan met die afschuwelijke traanoogen. 0111 dan eindelijk te vragen: „waarom was hij zoo bang voor mij !

„Ik weet het niet.... misschien voor die lid-

teekenen, die nog in uw gezicht zijn.

Vrouw Poyck kijkt rond met vluggen blik; daar bij het venster hangt een spiegel.

Snel met vasten tred stapt ze er naar toe.

Als ze zich zelve aanschouwt, als ze ziet dat menschonwaardig, walgelijk mombakkes, dat zij gedoemd is te dragen haar geheele leven lang. deinst zij achteruit,

vol schrik en ontzetting.

Zij laat zich vallen in den stoel met de open handpalmen bedekkend 't gezicht.

Mevrouw van Kereusteiu staat naast haar, de hand zacht leunend op haar schouder.

Beiden zóó een langen tijd, stil, roerloos, schier zonder ademhalen.

Plotseling grijpt de rampzalige die hand, en dan

Sluiten