Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik durfniet, ik zal doodgaan van schaamte.

„U hebt u niet te schamen, u kunt met trots terugzien op uw leven vol liefde, vol toewijding, vol opoffering."

„Ik kan niet, ik kan niet, toe. dring er niet verder op aan, laat mij hier blijven; ik zal gelukkig zijn, omdat ik weet. dat jij gelukkig bent; laat mij zoo blijven leven."

„Moeder, ik heb beloofd terug te komen met u: als u dus niet mee wilt gaan. dan blijt ik ook hier. bij u, beslist dus óf beiden terug naar mijn pleegouders bf

beiden hier."

„En wat zou ,je hier dan willen doen !

„0. ik ben gezond en sterk; ik zal ook wel mijn kost met werken kunnen verdienen."

Haar kind, haar mooie jongen, in rijkdom en weelde opgevoed, hij. een eenvoudige boerenarbeider, met dooide zon verbrand gezicht, met vereelte zwarte handen, werkend in het zweet om een korst brood te verdienen, dat denkbeeld maakt haar angstig; 't vervult haar met vrees en ontzetting.

l)e zoon merkt dien twijfel, dat aarzelen.

„U gaat dus mee, moeder ?"

„Voor jou, mn kind, zal ik liet doen, voor jouw geluk."

Bleek, met beklemde keel en bonzend hart, treedt de jonge man, gearmd niet zijne moeder, m de groote zaal van den Hofburg, waarin de drossaard en zijne echtgenoote hun komst reeds lang hebben vei beid.

Sluiten