Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Akelige, wreede, onmeedoogende kinderen!

Eerst hadden ze haar uit hun midden verstooten, uit hun spelen verbannen en nu ontnamen zij haar zelts die enkele vreugde, zichzelve gegeven in haar altijd

alleen-zijn.

O, ze zou zich wel wreken op hen allemaal.

Op school was zij de knapste van haar gelieele klasse, want ze werkte veel, veel meer dan de anderen, die altijd speelden en zich vermaakten; zij kende steeds het eerst hare lessen en de sommen, die ze thuis moest maken, kwamen altijd uit - ze zou hare cahiers niet meer uitleenen, aan geen van allen, aan niemand; ze moesten dan maar zeiven zien, hoe ze met hun huiswerk klaar kwamen.

Op zekeren dag weer een nieuwe vermeerdering in de familie Gerards; een zusje was geboren, die de

ouders Louise noemden.

De andere broeders en zusters hadden het kleine wicht aanschouwd met verwonderde nieuwsgierigheid, zonder vreugde, zonder blijdschap. Ze moesten stil zijn, ze mochten nu gedurende de eerste dagen geen leven maken in huis; ze mochten hier niet spelen, zooals de vader uitdrukkelijk had gezegd. Mama was ziek; zij was uit den boom gevallen, waaruit zij het nieuwe zusje heeft gehaald, toen ze het zoo erg hoorde schreuwen; gelukkig, dat ze zich niet erg had bezeerd, dat ze wel gauw beter zou zijn, zooals de baker hun vei telde.

Hij Marietje echter een andere impulsie, een onwillekeurige, eene instinctmatige liefde voor (hit kleine

Sluiten