Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

len; toen was er opgekomen een weelderige trots in

haar ziel; ze had toen gevoeld een haar niet bewuste

kracht en grootheid in het zwak, klein lichaampje, t had haar gebracht in een paroxisme van vreugdevolle opwinding; ze had toen gezongen en gejubeld; ze had gedanst door de kamer heen, hoog opspringend, de palmen der handjes slaande tegen elkaar en ze had dat geluk verteld, uitgegalmd tegen iedereen, dien ze ontmoette.

I)e broertjes en zusjes, ijverzuchtig op dat voorrecht, hadden ook getracht met kleine tongsmakken, met zachte lief koozingen de kleine een lachje at te dwingen, maar 't was hun niet gelukt; slechts korte grammetjes had het doen hooren en Marietje had een uitbundig vermaak geschept in die niet bevredigde jalousie.

't Was de eerste overwinning, de eerste zegepraal, die het gebocheld kind had behaald.

Grooter, meer ontwikkeld, meer mensch werd de kleine; de glinsterende oogjes wendden zich reeds naai de deur, zoodra ze Marie's stap hoorde op den corridor; 't nog hakkelend kraakstemmetje joelde als ze de kamer binnentrad en de mollige, vleeschige armpjes richtten zich met onzekere, onvaste beweginkjes naar haar toe

als ze de wieg naderde.

Bij de eerste wankelende stappen hield zij het zusje vast, het telkens opvangend als het struikelde, tegelijkertijd streelend en kussend het blozend, rond gezichtje ; een weinig later zette zij zich neer op haai hurken, wijd uitstrekkend de armen, roepend niet aanmoedigenden lach: „kom Wiesje, kom dan bij zus, langzaam Wiesje, langzaam," en dan weer omhel-

Sluiten