Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mooie meisje, dat zich zelve wil verzekeren een onafhankelijk bestaan.

Hoe geheel anders tegenover haar, die toch hetzelfde wil, hetzelfde doel voor oogen heeft.

Ook tegenover haar is men beleefd, maar het is niets anders dan een koude, ijzige beleefdheid; t is een dooide vormen van den fatsoenlijken, welopgevoeden jongen man gedwongen houding.

Buiten het samenzijn tijdens de college-uren kent men haar niet; men groet haar niet.

't Heeft haar eens veel pijn gedaan.

Een student in de rechten uit hetzelfde dorp als zij, de vriend van haar broer, een jongen, dien zij zoo dikwijls had ontmoet in haar huis, niet wien zij zoo menigmaal had gezeten aan denzelfden disch, was in t gezelschap van andere kameraden haar tegengekomen op straat en ook hij had den schijn aangenomen haar niet te zien.

Dien avond is haar geest niet zoo helder als gewoonlijk ; zij leest en herleest de zinnen van het door haar zelfgeschreven dictaat, zonder ze nochtans te begrijpen ; telkens en telkens ziet ze tusschen de regels, in de openingen der letters het gezicht van den jongen man, angstig, verlegen, met strakke, stijve oogen naar een anderen kant gericht, omdat hij haar niet zien wilde; zijn vrienden zouden hem zeker hebben uitgelachen als hij getoond had haar te kennen, 't wanschapen meisje met den hoogen bult.

't Is weer een nieuwe verguizing, een nieuwe vernedering, maar ze heeft er reeds zoo velen moeten dulden en ... . ze mag niet langer droef zijn; ze moet studee-

Sluiten