Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Te laat echter .... ik heb hein reeds herkend; 't is Joep .... (lekke Joep. de dwaze Limburgsche kermisklant. de vioolspeler der boerenherbergen en kroegen, de troubadour der straten en nu als een rustig burgerheer, hier, ver verwijderd, in het Zuiden van België.

Hij verhaast zijne schreden, hij wil blijkbaar niet, dat ik hem inhaal; te vergeefs echter; nog een vage twijfel en ik wil zekerheid, absolute zekerheid. Rakelings schrijd ik hem voorbij en nogmaals kijk ik hem aan en nu geen twijfel meer .... 't is Joep. niemand anders dan gekke Joep.

Nog dienzelfden avond.

Rustig zit ik voor de vensters van mijn kamer in een der logementen van het plaatsje; instinctmatig tuur ik naar de blauwe rookwolkjes van mijn sigaar, langzaam wegdeinend in bet luichtruim.

Eensklaps een tikken aan de deur.

„ Binnen."

Ken jonge vrouw verschijnt.

„Mijnheer, daar is iemand, die u gaarne zou willen spreken."

„Joep natuurlijk," dacht ik.

Toch nog de vraag: „wie is hetY'

„Zijn naam ken ik niet, maar hij komt bier ieder jaar omtrent dezen tijd."

„Laat hem maar boven komen."

Enkele oogenblikken later treedt werkelijk Joep binnen.

Aan de deur blijft bij staan, den hoed verlegen tusschen de vingers draaiend.

Sluiten