Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en tegelijkertijd stak hij mij een halven franc toe.

Een oogenblik een woede in mijn ziel; ik voelde mij gekrenkt, beleedigd; 't duurde echter niet lang; inden strijd tusschen mijn trots en mijn verstand had het laatste spoedig «le overwinning behaald; die halve franc-

was ook brood, ook voedsel.

Verlegen strekte ik «le hand uit om het geldstukje in ontvangst te nemen, en de anderen staken ook hunne vingers in de vestzakken, ook zij boden mij munten aan,

die ik heb aangenomen.

Toen ik ver weg was, toen niemand mij meer kon zien, heb ik «le halve francs, de grosschen, pfennige en centimes geteld, meer dan zeven francs; 't was op dit oogenblik een schat voor mij; ik was rijk; ik kon eten koopeu en ik wist meteen, hoe ik hier geld kon verdienen.

Zoo ben ik de kermisklant geworden — zooals u nnj zoo dikwijls hebt gezien, mijnheer — en ik verdien veel. veel meer dan u zoudt kunnen veronderstellen; de Limburgsche boeren zijn ruw, driftig, opvliegend, maar tevens goedig en gul; dood nuchter schreeuwen en tieren zij als halfdronken wezens; zij zwaaien met armen en beenen, maar een weinig, innig gevoelde, aangrijpende muziek doet hen stil zijn als zoete kinderen.

Ze lachen en schateren met wijd geopende monden, «le breede handen slaande op hunne dikke dijen en een paar streken op mijn viool doet hen huilen.

Ze zijn nieuwsgierig en als je hun niet vertelt, \\ at ze gaarne zouden weten, noemen ze je „gek.

Daarom heeten ze mij „Gekke Joep — Joep, dat is

Sluiten