Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de verkorting van Joseph; ik heb mij eens laten ontvallen dat zoo mijn voornaam was, meer heb ik hnn nooit verhaald en, niet waar, mijnheer, nu u alles weet, zal u moeten toestemmen, dat ik toch ook niet meer kou vertellen; ik kon hun toch niet zeggen: ik beu gevlucht uit België, omdat zij mij daar in de gevangenis zouden stoppen, als ik terugkeerde; dat gaat toch niet.

U is de eenige vreemde, die mijn geheim kent en gelooft u wel, dat het mij werkelijk goed doet, mij opbeurt, mijn hart eens te hebben kunnen uitstorten, eens aan iemand te hebben kunnen zeggen, dat ik niet ben die dwaze speelman, die gekke kermisreiziger, waarvoor men mij algemeen houdt, maar een ernstige, zwaar beproefde man. Er is blijdschap, vreugde in mij; 't is me ot' mijn borst plotseling vrij is geworden van een /.waren, drukkenden last, ot'ik gemakkelijker, lichter kan ademhalen, nu ik zie dat u een weinig sympathie voor mij gevoelt.

„Een weinig sympathie, val ik hem in de rede, ik

bewonder je, Joep, ik acht je, ik vereer je, want je bent.... je bent.... je bent...." ik wist eigenlijk niet in woorden uit te drukken wat ik voelde, dat hij was; ik reik hem slechts de hand, die hij hartstochtelijk

drukt.

Zoo blijven wij een oogenblik tegenover elkander

staan met vochtige oogranden.

„En hoe is het verdergegaan met die arme vrouw

en dat kind ! vraag ik weei.

„Treurig, heel treurig."

„ Ik zond aan den pastoor al het geld, dat ik verdiende: ik had het toch niet noodig; <le dorpelingen gaven

Sluiten