Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liefhad, en vermoord door hem, door dien de Quatremont; ik spuwde op 't papier, waarop die naam stond; mijne handen balden zich tot vuisten en in ni'n verbeelding sloeg ik weer op die valsche, gemeene ti'o:iie; ik zag den ellendeling weer voor mij, uitgestrekt op den grond, 't bloed druipend uit den neus, en in al mijn droef zijn lachte ik als een waanzinnige."

Wild is Joep van zijn zetel gesprongen; zijn oogen glinsteren en met groote stappen wandelt hij de kleine kamer op en neer, vervloekingen, vermaledijingen sissend tusschen de opeengeklemde tanden.

Dan, na lange poos, neemt hij weer plaats tegenover mij.

„Neem mij niet kwalijk, mijnheer," begint hij eindelijk weer, „als ik aan dien ellendeling denk, dan ben ik me zelf niet meer meester, maar .... waar ben ik nu ook weer gebleven f'

„ Marie is gestorven."

„0 ja ... . toen heb ik, door bemiddeling van den pastoor, haar kind toevertrouwd aan de zusterkens van een eenvoudige, doch degelijke kloosterschool.

't Was er niet goedkoop, maar ze zou het er goed hebben; ik had als voorwaarde laten stellen, dat het haar aan niets mocht ontbreken, dat ze alles moest leeren.

En dan.... in dat klooster, afgescheiden van de wereld, daar zou ons geheim bewaard blijven, daar zou ze nooit vernemen, dat haar vader een ellendeling, een smeerlap was geweest; dat haar brave moeder van verdriet was gestorven; ze zou daar nooit hooren, dat zij zelve onderhouden werd door een soort.... van vagebond.

Sluiten