Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

me of ik haar zilverstemmetje weer hoorde, als we, naar school gaande, elkander onze lessen overhoorden; ik voelde weer dien bemoedigenden handdruk, dien vertrouwelijken, reinen kus, dien zij mij telkenmale gaf als wij na lange, vervelende studiën eenige vorderingen in onze muziekoefeningen hadden gemaakt.

En dat alles vertelde ik met hartstochtelijken wellust. met vurige, gloedvolle woorden aan dat knul.... haar kind.

„Dus u is de broer van Mama?" vroeg zij eensklaps.

Verwonderd keek ik haar aan.

„Ja zeker, Marietje, wat dacht je dan?"

„Men heeft mij nooit anders verteld als dat u mijn oom waart en dan had u toch ook de broer van Papa

kunnen zijn."

Een schok, een trilling door mijn geheele lichaam; daaraan had ik niet gedacht; ik. de broer van dien ellendeling. van dat gemeen, laaghartig wezen, van dat dronken individu, dat zijn vrouw mishandelde, mijn vriendinnetje uit mijn kinderjaren, mijn pleegzuster; dat denkbeeld was geen oogenblik in mij opgekomen.

't Duurde een geheele poos, eer ik me zelf weer meester was, eer ik mijn kalmte herwonnen had en toen vertelde ik haar weer van haar moeder, lang, heel lang. dikwijls dezelfde dingen, zonder het te weten, telkens dat rond gezichtje streelend en kussend, en zij luisterde naar mij met nieuwsgierige aandacht, terwijl zij mij aankeek met hare heldere blauwe oogen.

Hoe lang we daar gezeten hebben, weet ik niet, maar 't is ongetwijfeld heel lang geweest, want een der zusterkeus kwam Marietje halen.

Sluiten