Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik bleef staan, mijn oogen strak gericht op die letters: ik heb die woorden gelezen, herlezen tallooze malen; ik heb ze lispelend gepreveld „te huur of te koop," „te huur of te koop" — toen eensklaps een lichtstraal in mijn donker brein — als ik eens zoo'n huisje huurde, dan . . . , dein zou ik haar bij mij kunnen laten komen, ik zou haar kunnen vertellen, dat ze was in mijne woning, ik zou met luiar kunnen wandelen, ik zou haar zien dagen lang, ik zou haar in mijn armen drukken en wij zouden samen babbelen o\ei hiiai moeder.

Een schier onweerstaanbare aandrang in mij om dadelijk te gaan naar den bewoner en om zijn huis te huren, welken prijs hij ook vragen mocht.

Toen weer een andere gedachte, die mij weerhield; hier in de onmiddellijke nabijheid van het klooster, hier zou mijn geheim niet veilig zijn, hier zouden de nonnetjes en natuurlijk zij ook, heel gauw vernemen, dat ik er niet immer verblijf hield, want dat kou niet, dat kon niet; daarvoor had ik nog geen geld genoeg; ik moest nog meer verdienen, nog meer sparen, opdat zij eenmaal geheel vrij van alle mogelijke zorgen en kommer

zou kunnen zijn.

Een proper, net huisje huren, ver hier van daan, waar niemand mij kende, dat was het eenige middel om haar wensch te vervullen en de pastoor zou me wel helpen, daarvan hield ik mij overtuigd.

Den volgenden dag was ik al weer bij den eerwaardigen man; in korte woorden legde ik hem mijn plan bloot.

„Weet je wat je doen moest?" vroeg hij, na mij oplettend te hebben aangehoord.

Sluiten