Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan bewonder ik mijzelf; dan ben ik trotsch op mijn eigen vernuft, dan vind ik mij een dichter, een romanschrijver, want liegen doe ik, liegen, 't is bepaald een liefhebberij, zooals ik dan liegen kan. Lang uitgestrekt in het bosch, neerliggend op hetweeke mos, de handen onder het hoofd, vertel ik haar van de wonderen van Amerika, waar ik nooit geweest ben; van de Indianen en Roodhuiden, die ik nooit gezien; van lange tochten door brandende prairiën, vervolgd door hyena s en wolven, waarvan ik nooit gedroomd heb, van .... van

Hemel weet ik alles wat ik daar in het verre Westen heb beleefd, terwijl ik speelde op de Limburgsche kermissen," en Joep schatert het uit van het lachen, terwijl zijn handen snel heen en weer glijden langs de dijen.

„Wij hebben echter ook ernstige oogenblikken: wij maken ook muziek; zij begint al heel aardig piano te spelen en ik begeleid haar op m'n viool. Eigenaardige gevoelens en fantasiën, die dan opdoemen in mijn brein.

„Nu. hier, in mijn eigen vaderland, straks weer in den vreemde; heden in mijn eigen huis, aan mijn eigen tafel, slapend op mijn eigen bed; morgen weer in de woning van een ander, etend het stuk brood van een ander, slapend in de hooischuur van een ander; hier betalend wat ik koop, geld gevend, daar nooit anders dan geld vragend, geld aannemend; daar steeds te midden van een aantal wezens, die mij ten eeneumale koud, onverschillig zijn en hier bij één enkel kind, dat ik liefheb, alsof het mijn eigen dochter was.

„Ik ben een geduldige leermeester, ik maak me nooit boos, als haar spel niet vlot; ik schep daarentegen een uitbundig behagen in haar knoeien en broddelen* t

Sluiten