Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den kring van hoeren en boerinnen, die weer luide hun hulde brachten aan zijn spel en zang, die weer hunne centen en grosschen wierpen in het rond houten hakje, dat hij hun voorhield. Ik heh me dan zooveel mogelijk aan zijn oog onttrokken; ik hen menigmaal teruggekeerd op mijn schreden; ik heb dikwijls een omweg gemaakt, wanneer ik hem in de verte ontwaarde.

Ik wist, ik voelde dat op deze oogenhlikken mijn nabij-zijn hem zou hinderen, hem onaangenaam zou zijn; ik was overtuigd, dat hij, in mijn tegenwoordigheid, de rol van muzikalen clown niet zou kunnen spelen met dezelfde natuurlijke waarheid.

Wel heb ik enkele keeren bij donkereu avond met hem gewandeld over eenzame paden in het bosch en dan reciteerde hij mij de van buiten geleerde brieven, die z'n beschermelinge hem geschreven had.

„Weet ze dan je adres, Barral?" heb ik hem eens

verwonderd gevraagd.

„Neen mijnheer, die brieven moeten steeds een geheelen omweg maken, voordat zij in mijn bezit zijn. Marietje schrijft steeds aan monsieur Barral sur Semois, de directeur van het postkantoor zendt ze op mijn verzoek naar mijn vriend, den pastoor van Dolhain en deze stuurt ze weer op naar Maastricht, waar ik ze poste

restante in ontvangst neem.

'n Eigenaardig, 'n vreemd gevoel, zoo je heele leven

lang te moeten liegen!"

#

* *

Een koude Novemberdag.

Over het vaalgroene, zwartplekkerig grasveld een

Sluiten