Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeitevolle inspanning het lichaam op, terwijl hij mij strak aanziet met de groote verglaasde oogen.

„ Begrijpt u dan niet, dat alles, alles zal uitkomen, dat ze alles zal weten, dat ze zal ontdekken, dat ik niet ben de hroer van haar moeder, dat ik haar vader heb afgeranseld, misschien vermoord; dat ik het land heb moeten ontvluchten oin niet als een misdadiger in een gevangenis te worden opgesloten; dat ik de kosten van haar opvoeding heb betaald met het geld, dat ik verdiend heb als Gekke Joep .... en zal ze dan nog \ an mij kunnen houden, zal ze mij nog liefhebben ?

„Ziet u, mijnheer, dat is de angst, die mij geen oogenblik met rust laat, die me gek maakt; ik heb dagen en nachten in regen en sneeuw rondgeloopen als een waanzinnige, altijd met dien twijfel in de ziel; ik heb een hevige koude gevat; m'n lichaam beeft en rilt van de koorts; ik hoest mij de longen uit het lijf; ik heb daarbij hier zoo'n snijdende pijn," en hij legt zijn hand op de borst, terwijl hij lang, diep ademhaalt.

„Ik kan hier niet langer blijven," vervolgt hij weer, 't is of een onzichtbare macht, een dwang, die ik niet kan weerstaan, mij duwt en voortdrijft naar haar toe, ik moet, ik moet en tegelijkertijd ik durf niet, ik durf niet, ik durf dat kind niet onder de oogen komen, ik durf haar niet zeggen, dat ik haar altijd heb belogen

en bedrogen."1

„ Ik geloof, dat je angst overdreven is, Barral, dat ze zelfs geen enkele reden van bestaan heeft, troost ik hem. „Marie is een goed, liet kind, zooals je mij zelf hebt verteld; ze zal je gaarne die leugens vergeven; ze zal nog meer van je houden, als ze hoort, dat jij je

Sluiten