Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de jonge deernen staat hij in hoog aanzien, omdat hij nooit boos wordt als zij te veel afdingen.

Breede, veelkleurige linten en sierlijk bewerkte kanten, sterke veters en gebloemde katoenen stoften verkoopt hij voor veel lageren prijs dan de winkels te

Maastricht of Aken.

En als een enkelen keer de een of andere dorpsschooit hem vraagt: „mè Judsje, wie ') kuis te net er veur geve?" dan antwoordt hij even knipoogend lachend: „och wat, de grenze zien neet wiet aof en de commieze .... die moote van tied tot tied toch oucli waal ins slaope en dan, doe, "') zuus te ") doe bös zoin verduld leef keend; es te nog mië bauws gepingeld.

hauws te net ouch gekrege."

Niet zoo vrijgevig echter is hij in de berbergen. waar hij met het mannelijk gedeelte van bet dorp zijne zaken doet; bij dezen weet hij steeds voor zijne bretels, blauwe kielen, zjjden petten en bonte hemden goede

prijzen te maken. . . .,

Het minder-bieden dan zijnen „prix Hxe wordt steeds beantwoord met een: „wat höbt geer d r noe aon um aof te beeje; wie minder geer mich betaolt, wie minder beer ich ouch drink; geer doot nnch alzoo gein schaoi mè den kastelein en geluif micli: 'tis beter

dè te vrund te hauwe.

Cahn heeft gelijk; hij drinkt ontzaggelijk veel bier; bet naar binnen gooien van twaalf „gleeskes aaid' bij bet twaalf slaan der torenklok noemt hij „ n miserabel kinderspeul", en "t deert hem niet; hoe talrijk de „pötsjes aaid" of „jonk" ook zijn, die hij verorberd

') hoe *) 4!j ;l) rM je

Sluiten