Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

<1e kar, waarvoor twee paarden; hij heeft derhalve gerekend op een tamelijk zware vracht!

„Hië Peter, da's d'n iërste," roept hij den voerman toe en met vereende krachten tillen zij het levende lijk op het voertuig.

Toen lang/aam verder, Cahn steeds op zijn eigen fabrikaat naast de paarden.

„Dao ligke d'r weer e paar pront neven ein," zegt eensklaps de boer, terwijl hij wijst op twee jonge mannen, die zich in de onmiddellijke nabijheid van OnderSpekholz in het gras hebben neergevleid; een nieuwe ophijsching van slappe lichamen en stevige vélocipèdes.

In Gringel weer één; bij Simpelveld een drietal, de halve glazen bier naast hen op den grond.

En zoo gaat het voort; overal, in Oppeven, lieereweg. Hompen, Merkelbeek, Dou vergen hout, Akerstraat, Waubach, Ihunssuni, Hourmert, Kaath, overal nieuwe opladingen en overal „schöpkes" bier, door 't Joodje en l'eter met wellust verorberd.

Bij Eis heeft Mozes Cahn reeds een volledige overwinning behaald; al zijn tegenstanders zijn verslagen; allen hebben in het stof gebeten; in chaotische dooreenmengeling liggen zij naast, op of onder hunne fietsen in den rijk beladen hooiwagen en toch is het einddoel nog tamelijk ver verwijderd; nog Wittem, Gulpen, Wijlré, Ettenaken, Scliin op Geul, Strucht, Oud Valkenburg en dan eindelijk Valkenburg.

't Is avond ongeveer acht uur.

Tal van boeren en boerinnen aan de Pirkelpoort van het kleine Ueulstadje.

Sluiten