Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestuur van Amsterdam ('). Wij achten het nuttig een gedeelte van het betoog van drie zoo bij uitstek kundige menschen, in de pensioensen verzekeringsvraagstukken doorkneed, aan onze lezers mede te deelen, niet twijfelende of zij, die de argumenten van deze voormannen reeds lang tot de hunne gemaakt hebben, zullen hun geest nog wel eens willen verfrisschen met het grondig betoog dier drie heeren, die aantoonen, dat het vooral uit een praktisch oogpunt wenschelijk is aan te sturen op rijkspensionneering der gemeenteambtenaren en den jongeren onder ons zal het een aansporing zijn om te blijven strijden voor rijkspensioen, gedenkende, dat reeds meer dan dertien jaar geleden mannen, alzijdig bekend met het vak, betoogd hebben, dat deze wijze van pensionneeren verreweg de meest praktische weg is tot oplossing van het vraagstuk der pensionneering van de gemeente-ambtenaren. Wij nemen uit dat betoog het volgende over.

„Naar het oordeel van onze commissie is er slechts één wijze, waarop de pensioenen van gemeente-ambtenaren, hun na te laten weduwen en weezen behoorlijk kunnen geregeld worden; dat is door aansluiting bij het rijk. Nu voor de rijksambtenaren de pensioenwetten zijn vastgesteld zon het, afgescheiden van de meerdere of mindere volmaaktheid dezer regeling, voor de gemeenten van het hoogste belang zijn, om zich hierbij aan te sluiten door het aannemen eener overeenkomstige regeling, waarbij dan tevens de baten en lasten aan het pensionneeren verbonden, werden overgebracht op de rijkskas of het rijkspensioenfonds. Hierdoor toch zou de administratie worden vereenvoudigd, de regelmatigheid worden bevorderd, maar vooral de rechten der pensioentrekkenden beter zijn gewaarborgd. Want thans wordt, ook bij de meest voldoende pensioenregeling van gemeentewege, het belang van den ambtenaar in dit opzicht geschaad door zijn overgang van de eene gemeente tot eene andere of het rijk.

„Bij een regeling als de bovenbedoelde zouden dergelijke overgangen geen invloed hebben op het pensioen en zou elke gemeente haar behoorlijk aandeel dragen in den pensioenslast van een ambtenaar, die achtereenvolgens verschillende gemeenten of een gemeente en het rijk had gediend. Hoezeer zulk een regeling mogelijk is, blijkt uit het feit, dat de leeraren aan scholen, tot wier oprichting de gemeente verplicht is, wat de pensionneering betreft, als rijksambtenaren worden beschouwd ; terwijl van verschillende zijden aandrang wordt uitgeoefend om een dergelijke regeling te verkrijgen. Bestond derhalve de mogelijkheid tot volledige aansluiting, dan zou onze commissie geen beter advies weten te geven dan dit: sluit u aan bij het rijk en breng daarheen alle baten en lasten over, die aan de pensioensregeling voor ambtenaren zijn verbonden. Het voorbeeld

(') Gedeeltelijk medegedeeld door prof. Treub in no. 48 van het sociaal weeklad van 1899; zie ook de mededeelingen der Nederlandsche vereeniging voor gemeentebelangen 190Ü, 3e stuk, bladz. 24 en 25.

Sluiten