Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemeenteambtenaren meer wenscht dan liet aan zijn eigene ambtenaren toekent. De gemeenten moeten vrij zijn van haar ambtenaren al of niet bijdragen te vorderen, maar niet meer dan door het rijk van de openbare onderwijzers voor eigen pensioen (2 "/„) wordt geëischt.

De gemeenteambtenaren enkelen uitgezonderd zijn zeer zeker niet in staat een zoo hooge premie voor hun eigen pensioen te betalen, dat die premies alleen voldoende zouden zijn om alle ouderdoms- en invaliditeitspensioenen daaruit te kunnen betalen. Dit zal onmiddellijk voor ieder duidelijk worden, als wij eenige cijfers mededeelen uit het rapport betreffende het onderzoek aangaande de pensionneering, uitgebracht door het bestuur der Nederlandsche vereeniging voor gemeentebelangen.

De gemeente-ambtenaren kunnen enkelen misschien uitgezonderd in geen geval de premies betalen, welke vereischt worden om hun eigen pensioen volledig te bekostigen. Dit zal voor ieder duidelijk zijn, als men let op eenige cijfers, voorkomende in het rapport van het bestuur der Nederlandsche vereeniging voor gemeentebelangen.

Volgens dat rapport, gegrond op de door die vereeniging verzamelde gegevens en gemaakte berekeningen, is de contante waarde der lasten verbonden aan het ouderdomspensioen van alle gemeenteambtenaren thans in functie ƒ 14490177,57, dat wil zeggen, als dit kapitaal aanwezig was, zou aan alle gemeenteambtenaren, die in functie waren op het tijdstip, waarop de gegevens en de gemaakte berekeningen betrekking hebben, ouderdomspensioen verleend kunnen worden op denzelfden voet als aan hen, die als burgerlijke ambtenaren uit 's rijks kas pensioen genieten, zonder dat eenige bijdrage gevorderd behoefde te worden, terwijl de contante waarde der lasten verbonden aan het invaliditeitspensioen ƒ13663085,95 bedraagt en dus de contante waarde der lasten van de pensionneering van alle gemeenteambtenaren thans in functie in geval van ouderdom en invaliditeit ƒ28159263,46 is. De contante waarde van 1 °/„ der jaarwedden van alle in functie zijnde gemeenteambtenaren bedraagt ƒ2314163,10. Om aan alle thans in dienst zijnde gemeenteambtenaren dezelfde pensioenen te verleenen, als het rijk aan de burgerlijke ambtenaren verzekerd heeft, moet door of voor deze ambtenaren derhalve een jaarpremie worden opgebracht gelijkstaande met

28159263,46 „ . ..

= 12,17 ni„ van hun jaarwedden.

2314163,10 ' 10 '

Dit percentage is zoo hoog, omdat bij de berekeningen, die gemaakt zijn, verondersteld is, dat de jaren van alle thans in functie zijnde ambtenaren, in vasten dienst eener gemeente doorgebracht, zullen medetellen voor de berekening der hoegrootheid van het pensioen. Vele thans in dienst zijnde gemeenteambtenaren hebben reeds een groot aantal dienstjaren; als men deze een betrekkelijk groot pensioen verzekert, zonder dat zij daarvoor veel bijgedragen

Sluiten