Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der jaarwedden zullen aangeven, dat de gemeenteambtenaren liet nooit ten volle zullen kunnen betalen.

Wij hebben reeds opgemerkt, dat, naar wij meenen, van de gemeenteambtenaren voor hun eigen pensioen (ouderdoms- en invaliditeitspensioen) in geen geval meer dan 2 " 0 van hun jaarwedden gevraagd kan worden en wij zijn overtuigd, dat het bij de onverantwoordelijk lage bezoldigingen voor velen nog heel bezwaarlijk zal zijn om die twee percent te missen. Naast de pogingen 0111 tot pensioensverzekering te geraken, mag dan ook een sterke actie voor verhooging niet achterwege blijven. Met verlangen zien wij uit naar de uitkomsten der enquête betreffende de jaarwedden der gemeenteambtenaren, welke thans vanwege den Nederlandschen Bond van gemeente-ambtenaren ingesteld wordt. Die enquête zal stellig aan het licht brengen, dat een verhooging der bezoldigingen van de gemeente-ambtenaren, vooral van de lagere jaarwedden, een dringende eisch is, welke nog dringender wordt als van die jaarwedden nog een zeker percentage voor eigen pensioen moet gemist worden en bovendien ook nog een niet onbelangrijk bedrag voor het weduwenen weezenpensioen geofferd zal moeten worden.

Zullen de meeste gemeente-ambtenaren de korting ook van 2 #/„ op hun jaarwedden voor ouderdoms- en invaliditeitspensioen slechts moeilijk kunnen dragen, de jaarwedde kan zoo gering worden, dat er in geen geval eenige korting, van welken aard ook, mag geschieden. Van een jaarwedde van ƒ400 of minder nog iets te korten, staat vaak gelijk met iemand voor een gedeelte van zijn noodzakelijk levensonderhoud berooven. Een bepaling, dat de bijdrage voor eigen pensioen niet is verschuldigd door ambtenaren, wier wedde of belooning niet meer dan vier honderd gulden in het jaar bedraagt en dat de bijdrage met zooveel wordt verminderd als noodig is om de wedde of belooning door de heffing der bijdrage niet beneden de som van vierhonderd gulden in het jaar te doen dalen, zooals die voorkomt in art. 11 der wet van 9 Mei 1890 (stbl. no. 78) tot regeling van de pensioenen der burgerlijke ambtenaren, mag in de wet, waarbij het eigen pensioen der gemeente-ambtenaren geregeld wordt, niet ontbreken.

Wij hebben als maximum der bijdrage, welke voor eigen pensioen van de gemeente-ambtenaren gevorderd kan worden 2 °,'0 der jaarwedde genoemd. Zooals bekend is, wordt in de wet tot regeling van de pensioenen der burgerlijke ambtenaren voor de bijdrage een ander stelsel aangenomen, namelijk het stelsel der afloopende korting. Deze ambtenaren moeten bijdragen de helft van het bedrag hunner wedde of belooning over één jaar, welke bijdrage zoowel op de door den ambtenaar bij eerste aanstelling verkregen wedde als op elke latere verhooging daarvan, in de eerste vier jaar telkens tot een gelijk gedeelte, wordt ingehouden. Voor de gemeente-ambtenaren geven wij de voorkeur aan een niet-afloopende bijdrage. De jaarwedden

Sluiten