Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bijdrage der ambtenaren aan het rijk gesproken, want wij gelooven, dat het wenschelijk is, dat de ambtenaren, voor zooveel de bijdrage betreft, niets met het rijk te maken zullen hebben. Als aan de gemeente de bevoegdheid gegeven wordt, om cl!; jaar een bijdrage van ten hoogste 2 der jaarwedde van de gemeente-ambtenaren te vorderen of in te honden, dan zal deze bijdrage slechts in mindering komen van hetgeen de gemeente uit andere bronnen voor het ouderdoms- en invaliditeitspensioen aan het rijk heeft af te dragen en kan er met plaatselijke toestanden gerekend worden. Gemeenten, die goed in hun financiën zitten of wier bestuur overtuigd is, dat het billijk en wenschelijk is van het pensioen niets op de belooning harer ambtenaren te korten, zullen dan daartoe de bevoegdheid hebben. En wat vooral ook een niet te miskennen voordeel van deze regeling is, in gemeenten, waar reeds behoorlijk voor het ouderdoms- en invaliditeitspensioen der ambtenaren gezorgd wordt, zal de overgang tot den nieuwen toestand gemakkelijk zijn. Bovendien moet men niet uit het oog verliezen, dat er thans reeds gemeenten zijn, welker ambtenaren niets of althans minder dan 2 °/0 voor het ouderdoms- en invaliditeitspensioen moeten betalen. Werd bij de pensioensverzekering vanwege het rijk een vaste in plaats van een maximumbijdrage voor deze ambtenaren in de wet vastgesteld, dan zouden de ambtenaren dier gemeenten door verplichte rijkspensioensverzekering in dit opzicht in ongunstiger conditie komen dan zij thans zijn.

Een punt, dat bij het regelen van de verplichte pensionneering der gemeente-ambtenaren ingeval van ouderdom of invaliditeit ongetwijfeld moeilijkheden zal opleveren, betreft het pensioen der dan in functie zijnde ambtenaren. Zooals wij reeds opgemerkt hebben, zou door of voor hen, die dan in functie zijn, jaarlijks 12,17 #;„ van hun jaarwedde gestort moeten worden om hen een behoorlijk ouderdoms- en invaliditeitspensioen te kunnen verzekeren. Afgezien van de onmogelijkheid om zoo'n groote korting op de jaarwedden toe te passen, zou die ook zeer onbillijk zijn, daar dan de jongeren onder de bij de invoering der verplichte pensionneering in dienst zijnde ambtenaren veel meer zouden moeten betalen dan noodig is om hun eigen ouderdoms- en invaliditeitspensioen ten volle te bekostigen, welk meerder bedrag zou moeten dienen om het te kort te helpen dekken op de bijdrage van hen, die ouder zijnde, reeds meerdere dienstjaren achter den rug hebben.

Door ook van de dan in functie zijnde ambtenaren slechts 2 °/0 der jaarwedde te eischen en hun dan toch ongeacht hun leeftijd overeenkomstig hun dienstjaren het volle ouderdoms- en invaliditeitspensioen te geven, wordt een zware last gelegd op de kas, waaruit het pensioen betaald moet worden. Men zal dan ook bij de eerste invoering van een eigen pensioen wel moeten trachten aan dit bezwaar door een overgangsbepaling tegemoet te komen.

Ook in het rapport van het bestuur der Nederlandsche ver-

Sluiten