Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nooit gesproken." Wat zullen wij daartoe zeggen? Verstaat zulk een daardoor, dat er geen God is, is hij dus een atheïst of godloochenaar, dat moet hij voor zichzelven weten. Gaat hij nog ter kerk of synagoge, ten minste éénmaal 's jaars en wel op den Grooten Verzoendag, handelt hij dan als eerlijk man? Daar immers gaan wie God willen aanbidden, en aanroepen. Is het niet ongerijmd Gods bestaan, maar met een enkele gedachte of een enkel woord te loochenen? Doch zegt zoo iemand: „Ik geloof maar wat ik zie," dan spreekt hij zichzelve tegen. Immers hij gelooft in duizenden gevallen, hetgeen hij niet ziet. Tenzij iemand van zijn denkvermogen geen gebruik kan of wil maken, gelooft hij, door de straten eener groote stad, als Amsterdam gaande, dat ieder harer groote en schoone huizen een bewerker heeft gehad, dat een bouwkundige de plannen en bestekken er van ontworpen heeft. Doch dit wonderbare, onmetelijke gebouw, dat wij het heelal noemen, zou zonder een bouwplan, zonder een architect of bewerker zijn ontstaan? Het zou zulk een' eenheid, regelmaat en orde vertoonen, zonder dat er een eenig ontwerper en bewerker daarvan bestaat? Hoe schoon en treffend zegt Jesaja, de oude ziener in Israël: „Heft „uwe oogen op omhoog en ziet, Wie deze dingen „geschapen heeft; die in getal hun (der sterren) heir „voortbrengt; die ze alle bij name roept, vanwege de „grootheid Zijner krachten, en omdat Hij sterk van „vermogen is, er wordt niet een gemist." (Jesaja 40 : 26.) En de schrijver van den Zendbrief aan de Hebreen redeneert kort en bondig aldus: „Want een ieder huis wordt van iemand gebouwd; maar die dit alles gebouwd heeft, is God." (Hebr. 3 : 4.) Doch genoeg daarvan.

Anderen zeggen: „Ik geloof in éénen God, in den Eénen en Eeuwigen, die alles heeft geschapen en daargesteld." Goed en wel; maar hoe weet gij wat Hij van u eischt, wat gij Hem verschuldigd zijt, wat gij van Hem te wachten hebt? Immers, dit is toch het voor-

Sluiten