Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"bestaan, en hunne eigen onwaardigheid om direct of rechtstreeks tot God te durven genaken. Nog twee malen wordt ons dit verschijnsel bericht, deze begeerte n.1. van geheel het volk om slechts door een d. i. een Middelaar of tusschenpersoon met God om te gaan, eenmaal Exodus 20 : 19. ("B"' "3 nj"P niöttf) en in Deuterononium 5 : 25 enz. (TO "H jjnnxi Telkens

begeeren zij uitdrukkelijk de bemiddeling van Mozes om tusschen henzelve en God te treden. Was dit soms door gebrek aan vertrouwen tot God en uit oorzaak van eene slaafsche vreeze? Maar hoe zou dan God hun verlangen met welgevallen hebben aangenomen en Zijne goedkeuring aan dit verlangen hebben gehecht? Immers Hij zegt hier in Deuteronomium hoofdstuk 18, vers 17 tot Mozes: „Het is goed wat zij gesproken hebben," en reeds in hoofdstuk 5, vers 28 enz: „Het is allemaal goed, dat zij gesproken hebben. Och dat zij zulk een hart hadden om Mij te vreezen, en al Mijne geboden te allen dage te onderhouden, opdat het hun en hunnen kinderen wel ging in eeuwigheid."

Zooveel omtrent den samenhang, die recht opgevat ons zal toonen, dat Gods volk een Middelaar van noode heeft, dat Mozes zulk een middelaar was, en de tweede Mozes juist en bij voorkeur in dit zijn Middelaarschap op den eersten zou gelijken. Dit is het merg en de pit van de profetische werkzaamheid en dit karaktertrek moet volkomen zijn in den tweeden en eeuwigen Middelaar en dus krachtiger dan in den eersten.

Dat heeft Baal Hatturim schoon uitgedrukt in deze woorden over Deuteronomium 18, vers 15:

nro nyitf pj -ij? jnw idiS pia d^döi Stip» piDsn :nnmn -n»1? vds b idi1? nn*n w n icw

d. w. z. „Dit vers begint met eene Nun en eindigt met eene Nun, (De letter N is volgens het Joodsche alphabet het teeken voor het getal vijftig) om aan te toonen, dat hij (deze Profeet) de vijftig poorten der wijsheid zal kennen (d. i. eene volkomene wijsheid bezitten) en het

Sluiten