Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

koninklijken schepter, teen Sjilo reeds voorlang opgehouden had de plaats des heiligdoms te zijn. (i Kron. 5, vers 2 en 28 vers 4. "ITO en 3'TI "S "H3*l) zie

verder Psalm 78 vers 67 enz. De voorspelling van den stervenden Jakob zou het tegenovergestelde van een zegen zijn, maar aan Juda werd niets dan zegen gegeven, en hem werd in den Sjilo een onvergankelijk koninkrijk beloofd. Zóólang zou de schepter of de heerschappij bij den stam van Juda blijven, totdat Sjilo,. de Messias en Vredevorst, zou komen om dien schepter te aanvaarden en over alle volkeren uit te breiden. Nu is echter de schepter van Juda al over de 1800 jaren geweken, en aan Christus geworden, die uit Juda's stam is ontsproten. Israël kan derhalve, de hem toebehoorende plaats alleen verkrijgen door zich onder den schepter van Jezus Christus te buigen.

De geheele oude Joodsche Kerk zag in den Sjilo niemand anders dan den verheven persoon van den Messias, getuige de drie Targumim, die voor ons liggen, terwijl wij dit schrijven. In Targum Onkelos lezen wij als vertaling der woorden: \nn "IJ? «3* '3 "IJ?

snisbö fcOH nS,"l"l NrPtPD d. i. „totdat de Messias zal komen, wien het koninkrijk toebehoort" — en Jonathan, ben Uzziel, schrijft: NrPttfÖ tobö TP H |öt IJ? d. i. tot den tijd, dat Koning Messias komt — en letterlijk hetzelfde vinden wij in Targum Jerusjalmi. — Hoe kan iemand in ernst beweren, dat de gedaante van den Messias onbekend was in den ouden tijd, waarin de vijf boeken van Mozes werden geschreven? Hoe vonden dan de schrijvers der Targumim de gedaante van den Messias in de Vijf Boeken van Mozes, als Mozes, de eerste, en volgens het zeggen der Joden, de grootste der Profeten daarvan onkundig was? Maar ook Rasji zag de gedaante van den Messias hier, en in den Talmud is een der namen van den Messias in de welbekende

plaats, Sanhedrin fol. 98b.

Neen! de gedaante van den Messias was niet eens onbekend aan Jakob, evenmin als aan de vaderen

Sluiten