Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"ui rrpyn nnnn nn» wa"> tl. w. z. „Een

ieder, dieniet in Koning Messias gelooft, en ieder die Zijne komst niet verwacht, loochent niet alleen de overige Profeten, maar hij loochent ook Mozes, onzen Meester, en de Thorah, want de Thorah getuigt van Hem" d. w. z. den Messias. En tot bewijs van deze grondstelling haalt Maimonides aan Deuteronomium 30, vers 3, en bovendien de reeds door ons genoemde plaats Numeri 24, vers 17, die hij ook bijna geheel zoo uitlegt als R. Mbo in den Sepher Ikkarim, doordien hij de profetie van Bileam doet slaan op den eersten Messias, d. i. David en op den laatsten, d. w. z. den Messias of Gezalfde Gods bij uitnemendheid. Hoe vreemd zou derhalve Rambam opkijken bij de bewering van een hedendaagschen geleerden Jood, „dat de gedaante van den Messias aan den ouderen tijd van den Pentateuch ten eenen male vreemd was!"

4. Er blijft nog ééne bewering over van den geleerden

schrijver des Prachtbijbels, dat namelijk de Messias in de overige Schriften (des Ouden Verbonds) nergens met de attributen of hoedanigheden van een Profeet is toegerust. Met andere woorden: De Messias wordt nergens in de Heilige Schrift als Profeet voorgesteld. Indien wij dus gelooven in Jezus als den beloofden Messias, zoo kunnen wij niet van Hem verwachten, dat Hij een Profeet zou zijn, maar indien Hij een Profeet is, kan Hij geenszins de Messias zijn.

Deze stelling van Dr. E. is even onjuist als de vorige.

David was Koning en nochtans Profeet, en hij heeft de gave des I leiligen Geestes, die hem bekwaamde van zijnen Zoon te profeteeren als den beloofden Messias en Verlosser, op hoogeren prijs gesteld dan zelfs zijne koninklijke kroon en waardigheid (zie 2 Samucl 23, vers 1).

De Messias, bij uitnemendheid, kan niet minder wezen dan zijn koninklijke voorzaat en stamvader. Wij gelooven en weten van dezen verheven Persoon, dat I lij in de allereerste plaats is en moest zijn Profeet, dat I lij ook

Sluiten