Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Groote benden van die kerels hielden zich immer schuil in bosschen en op de bergen, waar langs de Fransche legers trokken, en dan schoten ze er een paar honderd dood om vervolgens als hazen te vluchten, zoo gauw als ze achtervolgd werden.

Stand houden deden zij nooit; eerlijk vechten, zoo recht tegenover elkander, dat durfden zij niet; ja, als ze tien tegen één waren, zooals bij Salamanca, dan hadden zij courage.

Daar hadden de Franschen leelijk slaag gekregen,, dat was waar, dat kon hij niet ontkennen; daar hadden zij hem dan ook zijn arm afgeschoten; hij was nu niet meer in staat om te vechten; 't speet hem erg, want het was een erg prettig leven in den oorlog, als men dapper is.

En zijn toehoorders, de boeren van Krabeek, vertelden zijn verhalen aan anderen, die op hun beurt ook weer de krijgsbedrijven van den verminkten held over brachten.

Zoo was de terugkeer van den Krabeekschen soldaat in weinige dagen wijd en zijd verbreid.

't Is nog vroeg in den morgen; grauw schemerend dringt de zon door de zwaar, log zich voortbewegende wolken; nergens nog eenig teeken van leven; alles stil, doodsch in de kille, zwaarmoedige natuur.

Slechts één enkel wezen op het veldpad, den kortsten weg, die leidt van Eckeldonck naar Krabeek.

Snel loopt hij voort, de oogen in koortsachtigen gloed turend recht voor zich uit.

Een enkele maal blijft hij staan; dan na enkele

Sluiten