Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«ogenblikken va.11 rust ijlt hij weei voort met den

zeilden spoed.

Hij wil weten, zeker weten; die folteringen van den twijfel kan hij niet langer verdragen; ze maken hem gek; hij wil zekerheid hebben, absolute zeker beid, dat hij dood is, zijn jongen, zijn Gradus.

Een enkele maal, als een lichtstraal te midden van de zwarte duisternis heeft hij nog hoop gekoesterd, dat zijn kind nog leeft, dat de door hem geschreven brieven niet terecht zijn gekomen — hij heeft wel eens gehoord, dat dit meer gebeurt; een anderen keer heeft liij zich met geweld het denkbeeld opgedrongen, dat hij gewond is, misschien óók wel een arm mist, dat hij derhalve niet kan schrijven, maar 't volgend oogenblik heeft hij die gedachte weer moeten prijsgeven want dan zou hij toch ongeschikt voor verderen dienst verklaard zijn, hij zou ook teruggekeerd zijn, evenals die jongen uit Krabeek.

Misschien .... dat hij ernstiger gewond was, misschien wel een been verloren, maar toch .... nog levend .... neen, neen, als hij nog leefde zou hij wel iets van zich liebheu laten liooren, hij zou des noods een ander gevraagd hebben om te schrijven voor hem; hij zou zijn ouders nooit aan dien angst, aan dien twijfel ten prooi laten.

Gradus was dus wel dood, zeker dood, maar toch wil hij hebben die zekerheid; hij wil ze hooren uit den mond van een ander, die ook in Spanje is geweest; hij wil ook weten, waar en hoe zijn kind gestorven is; een vader heeft het recht 0111 dat te weten, meent hij.

Sluiten