Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vooroverbukkende menschenlijven in de holten deigeopende vensters, niettegenstaande de snerpende, vinnige koude.

De vreemdelingen, die geen plaats hebben kunnen verwerven in de nabijgelegen herbergen of geen uitnoodiging hebben ontvangen der bewoners van de naburige huizen, hebben zich geplaatst in wijden kring tegen de grijsgrauwe muren, waar langs de sneeuw neerzijpelt in lange, onregelmatige glinsterende strepen.

Vrouwen en meisjes, den scholk met den schortensnoer om het hoofd bevestigd, te midden deioudere mannen, die de boorden of luifels van hunne drieteuten hebben neergelaten op de schouders, ter beschutting tegen de sneeuw; te midden van hen eenige soldaten in het uniform van het Fransche keizerrijk, de handen in de zakken, het korte pijpje in de mondhoeken.

Een algemeen roezenmoezig gegons tusschen die opeengepakte schare, een luid elkaar toeschreeuwen welk dorp het zal winnen, een wedden met hard klappende handslagen, tegelijkerlijk een hard stampen op den grond met hoog opgetrokken knieën om te verwannen de ijzig verkleumde voeten, terwijl de sneeuwvlokken in natte kriebeling hun waaien in het gezicht.

1 lotseling een kalme stilte tusschen die menigte; de jonge strijders zijn uit de kerk gekomen, 't hoofd, armen en hals ontbloot, t bovenlijf slechts bedekt door een grijswollen camisool.

nDat zien de jongens van Krabeek' fluistert er

Sluiten