Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den met de nog vrije hand; deze ook vastgrijpend duwt hij hem zonder eenige krachtsinspanning omlaag om terstond ook diens nek te vangen in de ronding van zijn arm. Onbewegelijk, de beenen wijd uit elkaar, met een triomfantelijken glimlach om de lippen blijft hij staan, niettegenstaande de wanhopige pogingen, in weerwil van het stooten en duwen zijner gevangenen.

„Nondediu waat e kèl, waat e force verschillende stemmen uit de menigte.

„En voila un, qui nous manque Morbleu" een der Fransche militairen.

Eensklaps een vloek; de oogeu gloeiend in wilden, heeten toorn, de neusvleugels trillend in vurige drift heeft de Hercules met onstuimige kracht Dries Kwakeleers neergesmakt, op den grond, terwijl hij den anderen, Leo Dartels, heeft losgelaten, zonder eenig geweld, zonder hem te deren.

Thans ijlt ook hij naar den nog immer krioelende klomp, naar de in elkaar verwarde kluwe van lijden. Grijpend, optillend de lichamen voor hem. werpt hij ze weg, ver van zich af; hij rijt en scheurt van

een dien warlenden hoop.

Kleiner en kleiner het aantal der vechtenden; weldra nog slechts enkelen.

„Wè heet et broidsje" vraagt hij snel aan een zijner dorpelingen, aan wiens zijde hij thans staat.

„Dè dao, dè, mit dat roid haor."

En weer dat met reuzenkrachten wegtrekken van lichamen, totdat hij staat voor de hem aangewezen houder van het broodje.

Sluiten