Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeten ook nog anderen gaan halen, ga nn kalm mee of wij gebruiken geweld."

„Nein er geit neet mit; ich wil et neet höbbe" krijscht de oude, steeds als afscheidingsmuur tusschen de militairen en zijn zoon.

„Terug jij" en een hevige stomp tegen zijn borst doet hem achteruit wankelen.

Dorus in een paroxisme van woedende drift bij deze den vader aangedane beleediging, bij dit op deu grijsaard gepleegd geweld springt vooruit en geeft den lafaard een met ontzettende kracht toegebrachten vuistslag in het gelaat.

Deze valt achterover, tegen den muur, terwijl hij het geweer loslaat.

De jonge boer heeft het gegrepen en hoog het zwaaiend, de kolf in de lucht, snauwt hij de beide andere Franschen toe: „en uoe de deur oet, subiet, nondediu, of ich maak uch allebei kapot."

Ze deinzen terug enkele stappen, bang voor den Hercules, die voor hen staat met vlammend oog, het wapen steeds hoog in de gespierde vuist.

Eensklaps weer een schreeuwen en gillen.

Tine heeft het venster geopend en schreeuwt deu nieuwsgierigen toe, die zich inmiddels voor het huis verzameld hebben: „hellep, hellep, ze wille Dorus komme holen; dè Teut waor ne Judas, ene zeelverkouper, er heet em laote teikene veur deenst te nu mme."

En daar staan Loomans en Dresens en Ubbeu en anderen, die eerst niet konden begrijpen, die haar aanstaren de arme jonge vrouw, vol innig medelijden.

Sluiten