Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De mannen van het biljart hebben hun spel gestaakt en staan roerloos, de vuist om de queue; de kaartspelers hebben hunne kaarten neergesmeten, terwijl de drinkers hunne glazen neerzetten.

Allen turen verbaasd naar Peter Wauben, zoo even binnengekomen.

Brutaal, uitdagend ziet hij hen allen aan.

Met vasten tred richt hij vervolgens zijne schreden naar het buffet.

„Juffrouw, e drupke es uch bleef en in e gans glaas'' beveelt hij met gebiedende stem.

Weer verwonderde, nu tevens angstige blikken, die de aanwezigen elkander toewerpen; die zwakke jongen is op dit oogenblik sterk en hij is zich bewust van zijn kracht, van zijn meerderheid, dat begrijpeu, dat voelen zij; de lafaard, die vroeger wegvlood voor hunne bespotting, heeft thans den moed zich te plaatsen tegenover, zelfs boven hunne verachting.

„Li drupke en in e gans glaas" nog luider, nog krachtiger, als de herbergierster niet terstond aan zijn vragen voldoet.

Angstig, twijfelend ziet' zij met halfgeloken oog op naar de aanwezigen.

(ieen enkele, die haar wenkt te weigeren.

Met sidderende, trillende hand schenkt zij het gevraagde in een glas met voet.

„Es uch bleef.'1

„Dank uch juffrouw."

Dan grijpt hij een stoel, en dezen hard bonsend op den grond, plaatst hij zich naast Anton van Eijgelshoveu.

Sluiten