Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dig dreigend in de hoogte roept zij hem toe: „niks zeggen hoor."

Staroogend ziet hij haar na zoo lang mogelijk, tot zij eindelijk uit zijn gezicht is verdwenen.

Dan laat hij zich vallen op een stoel, de beenen rechtuit, de handen in de zakken, het hoofd op de borst.

Weer in zijn geest alles, wat hij zooeven heeft doorleefd.

t Is als een ijle, vage droom, dat stukje werkelijkheid.

Een weldaad heeft hij bewezen; hij is goed, lief geweest tegenover een meuschelijk wezen, de eerste maal, sedert den dood zijner ouders en dat wezen was het kind van hem, van dien ellendeling; hij heeft haar gedragen in zijn armen, hij heeft haar gewasschen, haar besljjkte kleertjes schoongemaakt.... o 't berouwt hem niet; hij voelt geen spijt over die zachtheid; ze heeft hem toch daarvoor beloond en die belooning van het kind was grooter, oneindig veel grooter dan het aanbod van den vader.... zes duizend francs en een mooi huisje, heel ver hier vandaan.

Zij heeft toch gespeeld met zijn fretje, zijn eenigen vriend, zijn alles, wat hij bezit, zij heeft geliefkoosd, gekust zelfs dat diertje, onbewust, dat het had gevonden zijn wraak, dat het hem had doen kennen de schande, de oneer van haar geslacht, dat het hem den verachten, den verbannene de macht had gegeven met angst en schrik te vervullen zjjn tyrannen van weleer, ook haren vader en onwille-

Sluiten