Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komt, ontwaart hij een kouijn, dat angstig, zenuwachtig duwend met zijn kop, vergeefsche pogingen aanwendt om door den gespannen strik te ontsnappen.

Snel bukt hij zich voorover; hij grijpt zijn prooi bij den kop en trekt ze met ruw geweld naar zich toe, waardoor tegelijkertijd de strik uit den grond wordt gerukt.

Thans een krachtige slag met de handigheid der gewoonte op den neus toegebracht en het konijn is na enkele lijftrekkingen dood; hij bindt de achterpooten vast aan een dik touw, dat hij draagt over den schouder, onder zijn kiel; een zacht murmelend gevlei tot zijn fret en 't beestje kruipt weer terug naar de plaats, die het zoo even heeft verlaten.

„Halt, gij zijt mijn arrestant", dondert op eens een stem achter hem en tegelijkertijd voelt hij een zware hand op den schouder.

Verschrikt wendt hij om het lichaam in vluggen draai. Voor hem eeu groote, breedgeschouderde kerel met wijdgespanne borst; in de hand een geweer.

„Gij zijt mijn arrestant", herhaalt deze.

„Wie ben je dan?"

„De nieuwe veldwachter van Jhr. du Pré".

Verbaasd blijft Wauben staan, met stijfverglaasde oogen kijkt hij zijn tegenstander aan, niet begrijpend dat deze, een dienaar, een knecht van dien kerel van de Renommee den moed, de brutaliteit heeft om hem te arresteeren.

„\ an du Pré? herhaalt de wilddief langzaam, twijfelvragend.

„Ja, van jonkheer du Pré, me dunkt, dat ik het duidelijk genoeg gezegd heb.

Sluiten