Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hoe gaat het met mijn fret?"

„Ik veizoek je voortaan zulke vrageu voor je te houden," ernstig vermanend.

„Mijnheer, laat hy mij dat maar zeggen, ik smeek het u, hoe het met mijn fret gaat, en ik zal niets, niets meer vragen."

Achter hem, te midden van het publiek een elkander met de ellebogen zich stooten, een spottend elkaar aankijken en tegelijkertijd een onderdrukt lachgegiegel.

En weer de beklaagde: „ik smeek het u, mijnheer, ik bid er u om, dat ééne maar, laat hem dat ééne maar zeggen, hoe het met mijn fret gaat; verder zal ik u met niets lastig vallen, dat beloof ik u" bijna huilend.

„Wat bedoelt hij toch daarmee getuige?" vraagt de president nieuwsgierig, medelijdend.

„Ik heb natuurlijk" verklaart deze, mij ook meestei gemaakt van zijn fret, waarmede hij de konijnen uit hunne holen jaagde, doch ik heb het beest gegeven aan het dochtertje van mijnheer du Pré, die er erg op gesteld scheen te zijn."

„Leeft het nog" weer de beklaagde.

Onwillekeurig, zonder het verlof van den rechter af te wachten, antwoordt de veldwachter: „ja het leeft nog."

„Goddank ; een diepe zucht ontsnapt zijn borst en tegelijkertijd laat hij zich vallen zwaar, lomp op de bank.

Den rug gekromd, de gevouwen handen op de knieën, een vroolijke glimlach om de lippen tuurt

Sluiten