Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beid met onstuimig verlangen; hij heeft dikwijls gewanhoopt het ooit te zullen beleven en dan was er in hem opgekomen een heetwoeste toorn, een verdoemen van het lot, dat hem was beschoren, van den vloek, die hem had getroffen en nu .... nu dat oogenblik daar is, nu hij dit hok mag verlaten, als vrij man, nu blijft hij, als gevangene, luisterend naar die verheven, gewijde muziek.

Gedurende jaren heeft hij niet meer willen bidden; hij heeft den spot gedreven met God en godsdienst en thans is hij woedend op dien kerel, die hem komt storen in zijn bidden.

Langzaam sterven de tonen weg van het koraal; alles weer stil daarbuiten; dan staat hij op om den bewaarder te volgen, naar een klein vertrek.

„Allo kleed je maar uit, dan kun je je eigen spullen weer aantrekken; 't is verdomme geen verbetering, als ik je tenminste niet veraffronteer," lacht de Cerberus.

Hij antwoordt niet; zijn kleeren zijn vodden, schier vormlooze lappen, maar toch, 't zijn niet de kleeren van een boef, van een nummer, maar van een vrij man.

Nog even op het bureau van den directeur om het door hem in de gevangenis verdiende geld in ontvangst te nemen; hij grijpt de voor hem neergelegde guldens zonder ze te tellen; hij krabbelt gejaagd, zenuwachtig met trillende hand zijn naam onder het voorgelegde stuk, zonder den inhoud te lezen.

Nog even de hand aan het hoofd ten teeken van

Sluiten