Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overgrootvader, al m'n voorouders; ze behooren allen tot het beroemdste geslacht van Limburg; zij hebben allen den naam van Scravendiscli gedragen, en dat zijn hunne vrouwen geweest, allemaal dochters uit de edelste en nobelste familiën dezer gewesten.

„Zie eens hier m'n jongen" en hij grijpt mijn hand om mij te geleiden tot een hoek van de zaal in de 011middelijke nabijheid van het venster; voor het oudste, het meest vage, meest kleurlooze der portretten blijft hij staan; zie je dien man met dien langen baard, den helm op het hoofd ?"

„Jawel, mijnheer, nu dat u het mij wijst, kan ik het wel zien, maar niet heel duidelijk."

„Dat is de stamvader van ons geslacht, de banierdrager van onzen roem, de grondvester van onze glorie; dat is Herman Scravendiscli, geboren in het jaar 1235, gesneuveld in den slag van Woeringen in het jaar 1288."

„Wat is dat voor slag geweest bij Woeringen" vraag ik weer.

„Heb 'je daar nooit van gehoord, hebben ze op school je daar nooit van verteld?"

„Neen mijnheer, van z'n leven nooit; u kunt het gerust vragen aan Herman; kijk, daar is hij juist; hij speelt soldaatje met een paar andere jongens" en ik wijs uit het openstaand venster in de richting van de groote poort.

„Ja. kereltje, ik zie hem wel; hij speelt met den zoon van Marianne, met de jongens van den paardenknecht en met die van den hovenier; 't zit er al jong bij hem in; nu 't kan geen kwaad; laat hem

Sluiten