Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet lang.

„Au duc, au duc" herhalen de Limburgers en weer storten zij zich met gevelde speren op het heer, aangevoerd door Jan I, zonder echter hun doel te kunnen bereiken, zonder den Brabandschen hertog te kunnen naderen.

Niettegenstaande diens uitdrukkelijk verbod hebben Godefroi, heer van Aerschot en van Kersen, Hugo van Chatillon, Wauthier Berthaud, heer van Mechelen en Aarnout, heer van Diest, zich voor hem gesteld.

De Chatillon en de heer van Aerschot worden door de steeds opdringende Limburgers van hunne paarden gestooten.

Toch, niettegenstaande het onstuimige van den aanval, houden zij stand.

Hoewel een weinig teruggedrongen, blijven zij geschaard, onwrikbaar, als een ijzeren muur om hun aanvoerder.

Alweer een wijd in het luchtruim golvende kreet „au duc, au duc" weer een zich voorover werpen van geharnaste lichamen en weer enkele der Brabanders, die achterover vallen.

Conrad Scravendisch, groot van gestalte, breedgeschouderd, grijpt met zijne handen de helmen van Aarnout van Loon en van Gerard, heer van Castre; met een enkelen ruk heeft hij hen beiden uit het zadel gelicht.

Plotseling een dreunend hoefgetrappel achter hun; breede, opkronkelende stofwolken uit het gras van de Fuhlingerheide; de heirschareu ouder bevel van

Sluiten