Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en Guillaume, die ook niet stotterende stemmen „proficiat hiër Herman" uitstooten en wij betreden eindelijk liet kasteel.

In de lange zaal een groote breede tafel, bedekt niet helderwitte damastlakens, waarin dik gestikt het wapen der Scravendischen.

Borden en schotels van fijn porcelein, in keurige orde naast elkaar.

„Neemt plaats heeren" noodigt de gastheer uit.

Terstond wordt door ons aan deze vriendelijke invitatie gehoor gegeven.

Een gulle scherts, een hartelijke lach, een opgeruimd, prettig samenzijn; 't is me of' zelfs die voorvaderlijke portretten den strengen ernst van zelfbewuste waardigheid hebben laten varen, 't schijnt mij toe of zij van uit hunne hoogte met welgevallen neerblikken op dezen feestmaaltijd, of er zelfs een glimlach zich plooit om die vastgenepen, norsche monden.

Toen eindelijk het dessert; als hoofdschotel een mooie, heerlijke tartepomme, waaraan Marianne al haar culinaire talenten had besteed, „umdet de jongenhiër altied zoi'n gi*ellige honger hauw, es zie eni daoop tracteerde en er ze zeker bie die zwarte duuvels in d'n Oos neet duks mië zou zeen1'.

Eenige scherpklinkende tikken van een mes tegen een glas en de oud-kolonel verheft zich langzaam uit zijn zetel.

Er is in dat eenvoudig opstaan, zonder eenige praal, zonder eenige vertooning iets plechtigs; in dien stroeven ernst, in dat neergebogen hoofd, in

Sluiten