Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Weggetrokken de zware nevel en grijze lucht. Aan den blauwen hemel, de helder glinsterende zon, die goudglanst over de met bloemen en kleurige papiersnippers bedekte wegen.

Voor de ramen <ler huizen, Heiligen-beelden en bloemen tusschen brandende kaarsen.

Overal kleine groepjes van in hunne Zondagskleeren gedoste boeren en boerinnen, langzaam heen en weer drentelend. Nog heel in de verte de tonen van een fanfarecorps, langzaam naderend.

De drentelaars scharen zich aan de kanten van de straat; uit de open vensters tal van hoofden, turend allen naar dezelfde richting.

Eindelijk de processie; voorop het bekende zanggezelschap Walram, dat straks in het Godsgebouw gewijde liederen zal zingen, ter eere van den nieuwen priester; zij worden onmiddellijk gevolgd door Valkenberg's gemeenteraadsleden; dan een twintigtal kinderen, heel jonge meisjes, allen in witte jurkjes, waarop lang neervallen de gekrulde zwarte haren; allen breede bouquetten in de teere handjes; na hen de geestelijken in vol ornaat; in hun midden de jubilaris, een vijf-en-twintigjarige man, groot van gestalte, met zacht, innemend uiterlijk; z'n heldere, schrandere oogen staren kalm, rustig voor zich uit, de handen gevouwen, prevelt hij gebeden; achter dezen mijn vriend in z'n nieuw zwart pak voortstrompelend op het houten been; tranen glijden langs z'n bruine wangen; hij loopt recht op, trotsch, hoogmoedig op het vader-zijn van dien zoon, wien al deze eerbewijzen gelden; rusteloos dwalen

Sluiten