Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik mij lusteloos, ziek, bijkans niet in staat m'n plicht te doen.

Geloof me, Mevrouw, ik kan het niet meer uithouden, dat zult u zelf wel begrijpen, niet waar Mevrouw, u neemt het me toch niet kwalijk?"

„Zeker niet Pauwels, zeker niet en m'n moeder reikt hem de hand.

„Dank, dank, duizendmaal dank voor alles, wat u voor haar hebt gedaan."

't Was een treurig afscheid tusschen Greta en mij; huilend, schreeuwsnikkend omhelsden wij elkander lang, heel lang.

Eindelijk strompelden beiden de deur uit, hij steeds stamelend „dank" „dank" zij haar smart, haar droefzijn luid uitgalmend.

Snel schreden zij voort hand aan hand, zonder een enkel woord te spreken.

Ik tuurde hen na, wachtend, verlangend haar nog één enkelen groet te kunnen toezenden; ze had echter den moed niet nog eens om te kijken.

Tal van jaren zijn sedert dit oogenblik vervlogen; menigmaal denk ik nog aan den kranigeu, braven wachtmeester Pauwels en aan Greta, maar die gedachten zijn ijl, vluchtig als de laatste doorzichtige golvingen van een rookwolk, zich verliezend in het oneindige.

Een toeval, een droeve, akelige gebeurtenis heeft me dat verleden eens weer levendig voor den geest gehaald.

Sluiten