Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met zijn knokkels wrijft hij omhoog de zwaar neerhangende oogleden en hij leest weer dezelfde

woorden, dezelfde zinnen: „kom spoedig over

Mama ernstig ziek Marie"; dat is zijn zuster.

Is het waar is het werkelijkheid of is het een

droom, een zinsbegoocheling, na dien nacht van wilde opgewondenheid en weer met gefronste wenkbrauwen, met strakken, stijven blik, willend weten, zeker weten, tuurt hij naar die blauwe, voor zijn moede oogen dansende letters: „kom spoedig over Manui plotseling zeer ernstig ziek Marie."

Langzaam, alsof een dichte nevel zachtkens wegtrekt, meer klaarheid, meer helderheid in het nog versuft brein; het denken keert terug in meer intensen vorm

Kom spoedig over Mama plotseling ernstig

ziek .... dat is dat beteekent stervend ....

misschien een voorbereiding tot het al dood zijn,

en hij veegt met ongeduldige, snelle streek de zweetdroppels weg, die bol staan op het voorhoofd.

Dan werpend enkele kleedingstukken om zijn lichaam, ijlt hij naar zijn kamer; met zenuwachtige hand grijpt hij het spoorboekje — hij kan niet weg voor halfvier, den eersten sneltrein naar Maastricht.

God in den Hemel, hoe lang, hoe eeuwig lang nog! Hoe zullen die uren voorbijgaan; wat zal'hij doen al dien langen, langen tijd?

Hij belt de meid, welke hij last geeft zijn koffer te pakken — zijn rok moet er ook in, het pak,

dat hij gisteravond heeft aangehad het moet

er in misschien voor de begrafenis.

19

Sluiten