Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen zien, tot hoever ze een kleur kregen en Papa snauwde me toe „ellendeling."

„Maar mijnheer" zei ik, „'t is niet van mij." „Dat zie ik waarachtig ook wel."

„'t Ts van een dame, die ik goed ken." „Ik geloof graag, dat je ze zelfs heel goed kent." „Maar 't is niet van een dame, zooals u denkt, van een getrouwde vrouw."

„Dat staat je des te gemeener."

„'t Is de vrouw van een vriend van me "

„En dat durf je nog bekennen, leelijke schooier." „Wat zegt u, ik, een schooier, ik, een leelijke schooier, mijnheer, zei ik met waardigen ernst, 't is van de vrouw van een vriend van me. die mij

heeft geïnviteerd om "

„Zóó, heeft die vriend jou geïnviteerd „om"

'n raar soort van vrienden houw jij er op na."

„Mijnheer, laat mij ten minste uitspreken, laat mij u uitleggen."

„Ik heb met jouw uitleggingen niks te maken." De Turksche trom bleef lachen. Mama en Eveline waren reeds verdwenen en Papa draaide mij nijdig tien rug toe, terwijl ook hij zich verwijderde. Da stand ich nun, ich armer Thor.

Plotseling een idéé, een goed, een heerlijk idéé, ik heb altijd goeie, heerlijke ideó's.

Ik pakte den boel weer in, zoo gauw mogelijk; ik had gelukkig geen pfennig te betalen; gedragen vrouwenchemises zijn niet aan inkomende rechten onderworpen en toen ik naar de Victoria Alleé n". 4, waar mijn vriend Meier woont; ik zou hem

20

Sluiten