Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alle beweerde verdienstelijkheid van werken en aflaten en tegenover alle heiligheden van het vleesch, met den banvloek en met de hittigste vervolgingen zijn uitgeworpen door den paus. Deze uitwerping was waarlijk niet gezocht noch begeerd, maar was hun eene smading, waarin alleen de Heere Jesus hen troostte, als Die ook buiten de legerplaats der in zich zelve heilige stad heeft geleden. Maar alzoo is het het Woord Gods geweest, hetwelk ook uitwendige vrijheid bracht en verlossing van de hiërarchie der priesters. En waar door de kracht des Evangelies de paus in vele landen zijne macht verloor, daar kwam zekerlijk groote vrijheid om God naar het geweten te dienen. Wat Luther aangaat, hij ondervond deze vrijheid wel alzoo, dat zijn Vorst, de Keurvorst van Saksen, de edele Frederik, geen gehoor gaf aan den eisch der pausgezinden om hem aan het pauselijk kettergericht over te geven. En hoevele Hervormers hebben deze vrijheid niet als eene vrucht des Evangelies genoten, als hunne Overheid hen beschermde ! — Zwingli te Zurich, Calvijn te Geneve. gelijk wij immers lezen in Openbaring 12 : 16, dat de aarde, d.i. de Overheid, de vrouw in hare vervolging, d. i. de vervolgde Kerk van Christus, zal te hulp komen.

Nu hoort men wel rechts en links deze zegeningen der Hervorming roemen, maar helaas ! — om het eigen boos gedrag daarmede te verdedigen. Want vrijheid om God naar het geweten te dienen is toch geen vrijbrief voor allerlei ongeloof en wind van leer ; want al kunnen wij door ons verstand niet tot kennis der waarheid komen, zoo zal toch de Heilige Geest elk geweten, dat van den Heere Christus hoort, overtuigen van zonde, als het niet in Hem gelooft. En wat zou het ons baten om uiterlijk van eenige hiërarchie of van eenig juk verlost te zijn, zoo wij niet door het Woord, door Christus, onzen Heere, verlossing hebben van zonde en vloek ? Dat is toch de rechte vrijheid niet, maar eene nog ergere verblinding. Wat baat het, om met de Joden te zeggen : „W ij hebben nooit iemand gediend, w ij z ij n Abrahams zaad, w ij hebben God tot eenen Vade r", zoo w ij van Christus moeten hooren : ,,V o o r w a a r, voorwaarzeg Ik U: een iegelijk, die de zonde doet, is een dienstknecht der zonde.

Sluiten