Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welk werk of welke afzondering ons ook wordt aangeprezen. En hoe weerspannig en beangst zulk een arme zondaar ook is, om niets dan een zondaar en schuldenaar te zijn, zoo kan hij toch niets beters aanbrengen. — Wie aldus verloren zijn, worden behouden door het Evangelie van Gods heerlijkheid en genade, dat hen opneemt met alle zonde en schuld en ellende en dat hun den Heere Jesus toont in de algenoegzaamheid Zijner genade. Zij ervaren het Evangelie van Christus als eene kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft. Hun lof van de Kerkhervorming is niet, dat z ij zonen of echte zonen der Hervorming zijn.—immers zulk een lof is eigen lof en niet, die zich zeiven, maar dien de Heere prijst, die is beproefd, — hun lof der Reformatie is, dat het Evangelie der heerlijkheid Gods is de ware en dierbare schat der Kerk, en bij dezen schat is hun arme hart. Alzoo geen aflaat, geen vrijspreking van zonde en schuld, geen grond van zaligheid in eenig werk noch in eenige uitwendige zaligmakende Kerk, geen steunen op waardigheid of verdienste, omdat men zich ten hoogste bevlijtigd heeft, maar troost uit den mond des Heeren, getuigenis des Heiligen Geestes aan onzen bezwijkenden geest, gerechtigheid in Christus Jesus, om aan Zijne hand door dit leven te gaan, opdat duivel, wereld en ons eigen vleesch ons niet te sterk zjjn> — ziedaar de behoeften van alle aan hun ellende ontdekte zondaren: en dat alles wordt hun beloofd door het Evangelie van Christus, daar vinden zij hunnen rijkdom, — dat is hun schat. Deze zijn door God geroepen om den lof zijner deugden, Zijner Woorden en daden te vermelden. Daarom zal d i e mensch het meest de Kerkhervorming zegenen, die heden de armste en voornaamste van alle zondaren is : zijn hart zal het meest bij den Schat des Evangelies zijn.

En alzoo kunnen allen, in wier harten de Heere gebaande wegen maakt, neen, zij kunnen niet roemen in zichzelven, dat zij ware zonen der Hervorming zijn, zij zullen veeleer het aangezicht van schaamte bedekken, dat zij het Evangelie nog zoo weinig verstaan en liefhebben als hunnen waren schat. Zij zullen zich niet beroemen in hunne getrouwheid om het Evangelie als hunnen Schat te bewaren, maar hun roem is in den

Sluiten