Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bouw en industrie) onder den dertig-jarigen leeftijd, waren meer dan de helft lijdende aan tuberculose. Evenzoo ongunstig waren de cijfers voor de vrouwelijke invaliden van dezelfde beroepsklasse van het 20sto tot het 24ste jaar. Iets minder ongunstig waren de cijfers bij vrouwen van 25 tot 30 jaar. Land- en boschbouw gaven 350 tuberculose-lijders op 1000 rente-trekkers. Het bleek dat men kon aannemen dat van de 1000 in de kracht van hun leven invalide geworden zijnde arbeiders, bij 500 de tuberculose oorzaak was van de invaliditeit; terwijl bij vrouwen dit aantal 300 bedraagt. Men ziet hieruit duidelijk welk een verwoesting aan volks-gezondheid en volks-welvaart de tuberculose in Duitschland geeft. In den strijd tegen deze bron van ellende is de verplichte invaliden-verzekering een heerlijk middel. Van 1897 tot en met 1901 zijn door de invaliden-verzekering in behandeling genomen 41977 tuberculeuze arbeiders, voor welker verpleging is uitgegeven de som van 13,786,009 mark. Met recht kunnen de Duitschers hierop trotsch zijn, en vragen: „waar bij de cultuurvolkeren wordt de strijd tegen de tuberculose zoo krachtig gestreden"? Bij een algemeen rondschrijven (22 Maart 1890) wees de directie van de Rijks-verzekeringsbank op het groote nut van een vroeg-ingestelde behandeling bij tuberculose. Onder medewerking van eenige harer leden en van meerdere verzekeringsmaatschappijen zijn er drie groote vereenigingen aan het hoofd van een anti-tuberculeuze beweging gekomen: lst0 het Duitsche Centraal-Comité voor de oprichting van Sanatoria voor lijders aan tuberculose; 2de de Herlijn-Brandenburger Vereeniging van Sanatoria voor longlijders; 3do de Vereeniging voor oprichting van volks-sanatoria van het „Roode Kruis". In het bedoelde

Sluiten