Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook op het gebied van de invaliditeits- of ouderdoms-verzekering, terwijl toch de arbeider tot de lasten, althans der ongevallenverzekering, niets bijdraagt. Op deze wijze wordt de belangstelling van den arbeider in den loop der zaken groot-er; zijn wantrouwen verdwijnt niet slechts tegen de wetgeving in casu, maar tegen de staats-instellingen in het algemeen. Hij overtuigt zich dat alles billijk en rechtvaardig gaat, en leert op den positieven bodem der bestaande staatswetten meer of minder nuttig mede werkzaam te zijn.

De verzekering tegen ziekte is inderdaad geheel in handen van de arbeiders. Iedereen evenveel aardsche goederen te doen toekomen zal voorloopig nog wel tot de pia vota blijven behooren. Een wijze staatsmanskunst zal er echter steeds naar streven, onder bescherming van de bezittenden, zooveel als mogelijk is te schuiven naar de zijde der niet-bezittenden. Voor hen te zorgen is Christelijke plicht en politieke wijsheid; hunne maatschappelijk-oeconomische positie verbeteren, beteekent: verbetering van de volksgezondheid, verhooging van nationale weerstands-kracht, vermeerdering van den staats-rijkdom, van zedelijkheid, van geluk.

Het is verkeerd te denken dat de voordeelen die de arbeiders door de verzekering hebben verkregen, aan den werkgever zijn ontnomen. Aangenomen dat het sommigen werkgevers moeilijk valt hunne verzekerings-bijdrage af te staan, zoo moeten wij toch bedenken dat het algemeen belang ten zeerste gediend is door een draaglijk oeconomisclie positie van de breede arbeiders-massa. Met goede, krachtige, ontwikkelde, tevreden arbeiders doet ook de werkgever zijn voordeel. Daarom hoort men in Duitschland dan ook geen klagen van den kant der

Sluiten