Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werkgevers. Integendeel, zij zijn het juist die in den Rijksdag een steeds verdere ontwikkeling van de arbeiders-verzekering hebben verlangd; o. a. de invoering van de weduwen- en weezen-verzekering. Te zorgen voor de in hun dienst ziek of invalide geworden arbeiders; te zorgen voor de achtergeblevenen van bij een ongeval gedooden arbeider was een moreele of gerechtelijk opgelegde verplichting van den werkgever, waarvan deze door de arbeider-verzekering nu is ontheven. De onaangename questies tusschen patroons en arbeiders zijn daardoor grootendeels weggenomen; er is toenadering voor in de plaats gekomen. De waarheid hiervan demonstreert ons de praktijk: werkgevers die vroeger met hun arbeiders overhoop lagen en daardoor elkander wederzijds schade toebrachten, vormen nu een compact geheel, dat zijn oeconomisch belang zeer goed weet te dienen.

De vermindering van de ongevallen, resulteerende uit de nauwkeurige handhaving van de voorschriften ter voorkoming van ongevallen, komt den werkgever, die alleen de lasten draagt, niet minder ten goede dan den arbeider.

Het heeft in Duitschland zelf, en daarbuiten, niet aan tegenstanders ontbroken. Bij enkele regeeringspersonen ontstaat de vrees dat men reeds tè ver is gegaan. Zy zeggen: „tot hiertoe, en niet verder; laat ons eerst zien wat andere landen doen". Van buiten komt het verwijt tot Duitschland: „uwe geheele organisatie berust op dwang; die dwang verstikt de vrije beweging"! Ook op het Congres te Düsseldorf werd dit verwijt vernomen. Natuurlijk ontbrak het niet aan repliek van den kant der Duitsche Congresleden, wier krachtigste woordvoerder zeker wel Dr. Boediker, voorzitter van het

Sluiten