Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hetgeen ik onder uwe geëerde aandacht wensch te brengen is eene zaak, die dienen moge tot vruchtbare overweging ten aanzien van eens Christens geheele leven. Het betreft een onderwerp, dat, ofschoon overbekend, toch wel waard is nog eens opzettelijk overwogen te worden. Het plaatst ons midden op het gebied des Evangelies en bepaalt onze belijdenis van den Christus Gods. Het staat in het nauwste verband tot de godzaligheid, die tot alle dingen nut is en die de belofte des tegenwoordigen en des toekomenden levens heeft. Ik wil u herinneren aan het Apostolisch getuigenis aangaande den Heere Jezus Christus: dat Hij arm geworden is om onzentwil, daar Hij rijk was, opdat wij door Zijne armoede zouden rijk geworden zijn.

Yan zoo groote beteekenis is deze waarheid, dat daarin de vastheid is aangegeven voor het leven der Gemeente des Heeren, een leven door het geloof. Want daaruit spreekt zoowel het geloof van Christus zelf, als het geloof der Gemeente in Hem. (liom. 3 vs. 22.) Hij is het Hoofd, en de leden der Gemeente zijn Zijne leden, ook zooals zij op aarde zijn, om 't even, of zij behooren tot de met aardsche goederen ruimer bedeelden dan wel tot de daarmee minder bedeelden.

Er is hierbij sprake van eenen zekeren staat va., vernedering, die zich openbaart in gemis aan aardsche goederen. Maar onze gezegende Heiland heeft in Zijne

Sluiten